|
Autochtonen en allochtonen:
Er was eens een grote boom in een bos. Hij was niet de grootste en ook niet
de mooiste boom.
Op een dag zag de boom een kleine plant die aan zijn wortels groeide. Het
was een jonge plant die geen zon kreeg.
De plant had hulp nodig omdat hij een klimplant was. Een plantensoort die
altijd een boom nodig heeft om te kunnen klimmen. De boom liet de plant van
zijn stam gebruik maken om tegenop te klimmen.
Na een maand groeide en bloeide de plant en gaf de mooiste bloemen in het
bos.
De boom had de plant geholpen om te overleven en de plant had de boom
geholpen en had met zijn bloemen van hem de mooiste boom gemaakt die er was.
Allochtonen en autochtonen moeten op deze manier met elkaar omgaan. Een
andere manier bestaat niet.
|